Er is de voorbije dagen heel wat te doen geweest rond vrijwilligerswerk. In het voetbal, maar eigenlijk ook ver daarbuiten. Bij deze wens ik mijn volledige steun te betuigen aan het bestuur van voetbalclub Loenhout die door een aandachtzoekende vader in een wel heel slecht daglicht werden geplaatst. De waarheid is, helaas, niet zoals ze in de krant vermeld stond. Dat de vader en jammer genoeg ook zijn dochter niet meer welkom waren in de club, had meer te maken met het gedrag van de vader - schelden, bedreigen - dan met het feit dat hij wel of niet een kantinedienst wilde doen.
Voetbalclubs als Loenhout, Zwarte Leeuw en zeker ook FC Sint Jozef SK kunnen enkel maar bestaan dankzij een grote groep vrijwilligers. In vrijwilligers leest u 'vrij van wil'. Niemand zou gedwongen mogen worden om mee te helpen, dat klopt. Mijn club probeert ook om ouders niet te dwingen om zich in te zetten. Het is eerder een vraag met vaak een positief antwoord. Ook onze voetballende jongeren lopen warm voor de club: als trainer, als scheidsrechter. Voor een kleine vergoeding. Een gratis consumptie en een portie Aiki-noedels, meer vragen zij niet. Aiki's zijn het perfecte glijmiddel voor de jeugd van tegenwoordig.
Ikzelf en ook de rest van mijn wonderbaarlijk bestuur steken veel tijd 'vrij van wil' in onze voetbalclub. Van amper zes jeugdspelertjes vijftien jaar geleden zijn we door een gedurfde politiek - geen of weinig lidgeld - uitgegroeid tot een toonaangevende club in de regio, met heel veel aandacht ook voor voetballende meisjes. En heel recent hebben we een kunstgrasveld in gebruik genomen, volledig zelf gefinancierd. Ik kan u verzekeren dat dit geen evidentie was maar het is haalbaar, dankzij... heel veel vrijwilligers. Recent nog hebben we een enthousiast groepje opgericht die zich bezighoudt met het mentaal welzijn van onze puberende voetballers. Het staat allemaal nog in de kinderschoenen maar we zijn er wel mee bezig.
Wij vragen niet om steun, wij vragen wel om respect. Van onze spelers, onze ouders, onze supporters, onze tegenstanders en ook van de overheid. Niet dat wij van de wereld een paradijs maken, maar we houden wel heel wat jongeren van de straat. We leren hen, correctie, proberen hen discipline aan te leren en zorgen ervoor dat ze fysiek presentabel blijven. We leren hen leven aan een normaal tempo, zonder al te veel druk, zonder onderscheid van geslacht noch talent.
Toch moet mij, die immer jolige voorzitter, iets van het hart. Een voetbalclub - of eender welke vereniging - is geen kinderopvang. Wij vragen niet veel maar een klein beetje engagement is het minste wat wij verdienen. Dat kan via een kantinedienst, dat kan via hulp tijdens de wedstrijden maar dat kan ook via een vriendelijk woord, een klein bedankje, een duimpje omhoog. Samen moeten wij proberen om van uw kind, neef, nicht een mens te maken die klaar is voor de volgende stap.
Gelukkig bestaan ze nog, de vrijwilligers. In mijn club, in uw club. Ik ging met Veussel Kermis mosselen eten bij de fanfare. Ik zag een leger aan vrijwilligers, jong en oud, die zich notabene tijdens de kermis wilden inzetten voor hun vereniging. Ik zie wekelijks de leiders van de Chiro, de trainers van de judo. Ik zie jonge mensen rolstoelen voortduwen van inwoners van het rusthuis, ik weet van papa's en mama's die boeken voorlezen aan kleine kinderen. En ik zie wekelijks, als ik met mijn moeder ga winkelen in 'den Jumbo', een statige dame als begeleidster van twee jonge mensen met een mentale beperking. Dan krijg ik het warm.
U hoeft heus geen uren op te offeren om van deze wereld een betere plek te maken. Mopper niet, handen uit de mouwen!
